Lezen: Jeremia 31:31-34

 

Na alle onheilsvoorspellingen klinken ook bij Jeremia andere woorden; woorden van bemoediging, woorden van beloften over de
nieuwe tijd die komen zal.

 

IN HET HART GESCHREVEN

 

Schrijven - dat doe je op papier. Of op een bord.
Of met krijt op de stoep. Of met een spijker in een steen.
Maar schrijven
doe je in elk geval niet in je hart.
Wat bedoelt Jeremia met deze woorden, met deze beloften van God?
Israél heeft Gods wet ontvangen.
Tien geboden om te leven, tien wegwijzers naar het beloofde land.
Meer nog: vijf boeken vol
verhalen over de trouw van de Schepper, die niet los laat wat Zijn hand begon.
Vijf boeken van uittocht, van bevrijding: de
Thora, de Wet.
Die geboden, met name die tien woorden van de berg Horeb, heeft God opgeschreven.
Ze zijn gegrift in steen. Ze zijn
neergelegd in de ark van het verbond,
onder het verzoendeksel, in het heilige der heiligen.
Daar, binnen het heiligdom, in
het binnenste van de tempel, in de ark - daar liggen nu die geboden, geschreven in steen.

Maar - er zal een andere tijd komen!
Zoals het nu gaat, zo wordt het niets.
Israël leest nauwelijks wat er geschreven staat.
Israël leest over Gods geboden heen.
Nu zal God het anders doen. Hij sluit een nieuw verbond.
Hij zal Zijn wet in Israëls
binnenste leggen en die in hun hart schrijven!
Niet de ark maar Israéls hart wordt de bewaarplaats van Zijn wet.
Zo zal het
volk niet langer Gods geboden vergeten.
Ze zullen God kennen, van de kleinste tot de grootste, allemaal.

lets daarvan is te zien op het Pinksterfeest. Daar begint God te schrijven! ‘Zijn Geest weerstaat de valse schijn en schrijft
in harten het geheim van ’s Vaders grote daden’.
 
Gebed:
 
Vader, wij danken U dat de tijd komt waarin niemand Uw geboden vergeten zal; voor Uw Geest die Uw woorden schrijft in
ons hart.

amen-2