terug

 Jeremia 18:1-8

Jeremia moet nog al wat ondernemen, in opdracht van God! Preken in de tempelpoort, een linnen gordel kopen - en vandaag lezen we dat hij de opdracht krijgt om naar de werkplaats van een pottenbakker te gaan.

De POTTENBAKKER

Je ziet hem staan, Jeremia - half in de zon, half in de schaduw, leunend tegen de deurpost.
De pottenbakker is druk aan het werk. Hij draait zijn schijf sneller, al sneller.
Dan: het leem, de klei. Hij neemt het al draaiend in zijn grote handen, hij duwt, hij trekt, hij zet er zijn vingers in…
En Jeremia kijkt, hij kijkt naar de handen van de pottenbakker. Maar dan, wat gebeurt er? De pot mislukt! Geen nood!
De pottenbakker slaat het leem weer in elkaar, het wordt weer een compacte kleimassa, en dan begint de pottenbakker gewoon opnieuw.
En van dezelfde klei maakt hij nu een prachtige vaas, een kunststuk, schitterend!
Zie je dat, Jeremia?
Zo kan God ook doen met Zijn volk!
God kan Zijn volk maken en breken. Israël is in Gods handen; zoals het leem in de handen van de pottenbakker!
Als Israël niet wil, als het ongehoorzaam is en weigert om een sieraad te zijn in Gods oog, dan heeft God het recht om het stuk te maken, het te breken en opnieuw te beginnen!
Ja, dat zal God met Zijn volk doen!
Als het berouw heeft, als het anders wil, dan zal Hij het weer in Zijn handen opnemen en er iets nieuws van maken, iets goeds, een sieraad!
Jeremia heeft het al gezien. Jeremia heeft het begrepen.
De vraag is alleen of Juda en Jeruzalem het begrijpen zullen. De vraag is ook of wij het verstaan.
God heeft het recht om ons te breken.
En dit heeft Hij gedaan!
Ten diepste op Golgota, Gods werkplaats op deze aarde.
Daar heeft Hij in Jezus Zijn volk gebroken.
Maar daar is het ook Pasen geworden!
God begint opnieuw!
Dat is geloven: je door Zijn handen laten kneden, elke dag.
 
 Gebed:
 

Vader, maak ons, breek ons, als het nodig is, leid ons zo door Uw Geest dat wij bruikbaar en toonbaar worden in Uw handen.

 

amen-2