terug

Lezen: Jeremia 1:4-12

In de komende dagen lezen we uit het boek van een andere belangrijke profeet: Jeremia. Hij was de zoon van een priester en leefde in Juda, vlak voor de ballingschap, de wegvoering van het zuidelijk rijk. Hij is nog jong als God hem roept tot profeet.

DE WAAKBOOM

In deze tijd van het jaar hebben de meeste bomen en struiken hun bloeitijd al weer achter de rug.
De bloesem valt op de aarde, de lente leeft naar de zomer toe.
Als God de jonge priesterzoon Jeremia roept tot profeet, is het nog lang geen zomer.
Het is nog heel vroeg in het voorjaar, eigenlijk is het nog winter.
Jeremia heeft er helemaal geen zin in om profeet te zijn.
Hij durft niet. Hij vindt zichzelf nog veel te jong.
Hij is bang voor alles wat de mensen zeggen zullen,
voor hun boze woorden, hun kritiek.
Maar dan - waarschijnlijk ziet Jeremia dat in een visioen - raakt God hem aan.
God roert zijn mond aan en zegt: `Ik leg Mijn woorden in uw mond!’
Je zult het niet gemakkelijk hebben. Je moet spreken over uitrukken en afbreken, verdelgen en verwoesten.
Maar ook: over bouwen en planten. Oordeel en genade, zegen en vloek.
En dan - dan ziet Jeremia nog iets anders.
Wat zie je, Jeremia? vraagt God. Ik zie een amandeltwijg, zegt Jeremia.
Die draagt de eerste bloesem die in het vroege voorjaar in Israël is te zien!
In de taal van het volk heet die amandelboom dan ook: de waakboom.
Het is de eerste boom die ontwaakt na de winterslaap!
Jeremia heeft het goed gezien! Wat het betekent?
God zegt het hem: ‘Ik waak over mijn woord om dat te doen!’ Je kunt er op rekenen, Jeremia, zoals op de bloesem van de amandelboom:
Wat je zeggen zult, in Mijn naam, dat zal gebeuren!
 
Gebed:
 
Vader, wij danken U dat we op U mogen rekenen.
Help ons om dapper te zijn en Uw woord te spreken voor alle mensen.

amen-2