terug

Lezen: Jeremia 13:1-11

De wonderlijkste opdrachten krijgt Jeremia om aan zijn volk duidelijk te maken wat God bedoelt. Zo krijgt hij
op een dag de opdracht een linnen gordel te kopen.
Zo’n gordel droeg men als een soort riem om het lange kleed wat te kunnen optrekken bij het lopen.


WAARDELOOS

 

Eigenlijk krijgt Jeremia drie opdrachten. De eerste is: een linnen  gordel kopen, die omdoen en dragen - en er goed voor zorgen!
De tweede opdracht is, na verloop van tijd: de riem afdoen, die meenemen en verstoppen in een rotsspleet.
De derde opdracht, veel later: terug gaan naar de plaats waar de gordel was verborgen en die weer tevoorschijn halen.
En wat blijkt dan?
De linnen gordel is vergaan, bedorven, waardeloos geworden.
Je hebt er niets meer aan; gooi hem maar weg, Jeremia!
Die gordel deugt nergens meer voor…
Wie de bedoeling begrijpt, schrikt!
Die gordel is Juda, het volk van God.
God heeft Zijn volk gedragen, zoals iemand een gordel draagt, om het middel, dicht bij het hart.
Een linnen gordel, een sieraad, iets bijzonders - dat moest Israël, dat moest Juda zijn.
Maar wat is er van terecht gekomen
Met dit volk is niets meer te beginnen!
Dit volk deugt niet dit volk is waardeloos geworden - zoals een riem waarvan de gaatjes zo groot geworden zijn dat er een groot gat is ontstaan.
Waardeloos, zo’n riem - je hebt er niets meer aan.

Je vraagt je af: zou Jeremia in onze tijd weer zulke wonderlijke opdrachten krijgen?
Ik ben bang van wel!
Wij lopen God net zo goed voor de voeten. Wij beantwoorden niet aan Zijn bedoeling.
God wil ons gebruiken om snel door te kunnen wandelen, Zijn toekomst tegemoet.
Maar wij weigeren om een bruikbare riem te zijn.
Wij laten God struikelen en vallen.
Is het een wonder dat Zijn Rijk zo lang op zich wachten laat?
 
Gebed:
 
Barmhartige Vader, wij zijn waardeloos, onbruikbaar; herstel stel ons door de kracht van Uw Geest!
Maak van ons bruikbare mensen met het oog op Uw Rijk!

amen-2