Jeremia 7:1-10
Voor het oog van het volk
moet Jeremia uitbeelden wat God hem
uit te beelden geeft.
Niet zo maar ergens op straat moet
Jeremia Gods woord verkondigen, maar
in de tempelpoort moet hij gaan
staan. Juist over die tempel heeft
God het volk iets te zeggen!
GOD MET ONS?
Dat is nog maar de vraag,
of God met ons is!
Misschien is Hij wel tegen ons!
In de poort van de tempel in
Jeruzalem staat een jonge man;
Jeremia.
De tempel is voor hem bekend
terrein. Is zijn vader Hilkia niet
priester in deze tempel?
Jeremia is goed op de hoogte van
alles wat daar reilt en zeilt. Hij
weet alles af van de offerwetten en
van wat de priesters en levieten
dagelijks doen.
Hij kent de verhalen van thuis.
Vader Hilkia vertelt regelmatig iets
over wat hij heeft meegemaakt in de
tempel.
Zo hoor je nog eens wat!
Maar, eerlijk gezegd: het is meestal
niet veel goeds!
De mensen komen wel heel vroom naar
de tempel toe, maar vraag niet wat
ze verder allemaal doen!
Daar staat de jonge profeet. In de
poort van de tempel.
Wat moet die zoon van Hilkia daar?
Hij spreekt de menigte toe! Zo zegt
de Heer: Betert uw handel en wandel,
dan zal Ik u op deze plaats laten
wonen!
Zegt niet zo gemakkelijk, zo
automatisch: wij zijn het volk van
God,
wij zijn de tempel, wij zijn de
kerk, wij zijn Gods kinderen! Nee,
als jullie onrecht doen, de armen
uitbuiten en onschuldig bloed
vergieten, dan is het straks
afgelopen met jullie!
Komen jullie hier in de tempel om te
zeggen: Wij zijn geborgen, met ons
zit het wel goed - terwijl jullie
dergelijke dingen doen…?
Dat is krasse taal!
Reken maar niet dat de mensen in de
tijd van Jeremia hem dat in dank
hebben afgenomen!
Trouwens, vandaag-de-dag horen we zo
iets liever ook niet…! God met ons?
Dat is nog maar de vraag…
Gebed:
Trouwe God, wij praten soms zo
gemakkelijk over U, alsof U alles
door de vingers ziet wat wij U en
elkaar aandoen. Maak ons trouw en
echt, zoals Jezus was.
