Gij zijt van Mij
Israël moet nu niet denken dat het zo maar, per ongeluk, in de ellende is terechtgekomen. Nee, in de ballingschap draagt het de schuld, de straf voor het onrecht dat het heeft begaan. Israél, het gezalfde volk, het volk van koningen, priesters en profeten, Israël is blind geworden en doof voor God. Vandaar de ballingschap! Maar God brengt Zijn volk terug naar het beloofde land! Hij zal het daar veilig brengen.
GIJ ZIJT VAN MIJ
Kleuters hebben vaak een
lievelingspop. Soms snap je niet
waarom nu net die ene pop steeds
weer mee moet naar bed. De mooiste
poppen hebben geen schijn van kans.
Die ene, die moet het zijn. Soms is
er een been af, of een arm. Soms
heeft ze maar één oog of één oor.
Maar dat doet blijkbaar niet ter
zake: die ene, die lievelingspop,
die moet mee!
A1 ontbreekt er van alles en nog wat
aan, die ene, die is het!
Zo heeft God, de Schepper van hemel
en aarde, een lievelingsvolk:
Israël.
Omdat het zo’n aardig volk is? Geen
sprake van! Omdat het zulke vrome,
gehoorzame mensen zijn?
Ook al niet. Israël is niets beter
dan welk ander volk ook.
Er mankeert aan Israël in elk geval
een heleboel.
Het mist ogen en oren. Het is blind
en doof.
Het ziet Gods daden niet. Het hoort
Zijn geboden niet.
Wat een volk. En toch: Gods
lievelingsvolk.
Israël, jij bent van Mij!
Van jou houd Ik, wees maar niet
bang, Ik heb je verlost, Ik heb je
bij je naam geroepen, jij bent van
Mij!
Als jij door een rivier heen moet,
Ik ben er bij.
Als jij door het vuur gaat, het zal
je niet verteren.
Ik zorg voor je!
Zo is God. Ondanks alles blijft Hij
Israël trouw. En wat voor Israël
geldt, geldt ook voor de gemeente
van Christus.
God heeft ons bij onze naam
geroepen.
Bij de doop is het gebeurd. Jan,
Pieter, Annemarie - ik doop je in de
Naam van de Vader, de Zoon en de
Heilige Geest. God zegt: jij bent
van Mij!
En als Hij zoveel van ons houdt,
zouden wij Hem dan ook niet van
harte liefhebben?
Gebed:
Vader, wij danken U dat wij van U
zijn. Help ons om U lief te hebben
zoals U ons hebt liefgehad.
