In Zijn arm de lammeren
Vanaf vandaag lezen wij weer
verder in het boek Jesaja. In
hoofdstuk 90 begint een nieuw deel
van dit boek, later geschreven. Het
staat vol van beloften die te maken
hebben met de terugkeer uit de
ballingschap. De profeet mag het
volk troosten: het eind van de
ellende is in zicht!
IN ZIJN ARM DE LAMMEREN
Eigenlijk is dit
bijbelgedeelte een lied. De profeet
kan het niet meer in zakelijke
woorden zeggen.
Hij gaat ervan zingen! Het wordt een
gedicht, vol beelden die het komende
heil laten zien.
Nu is het, wat God betreft, genoeg!
Israel is voldoende geplaagd. God
blijft niet voor altijd boos op Zijn
volk.
Hoor! Daar roept iemand! Een heraut!
Maak de wegen in orde. Haal de
kuilen er uit, haal de bobbels weg!
Daar komt de Koning aan, de Koning
van Israel, met Zijn volk, bevrijd
uit Babel! Daar komen ze, op weg
naar het beloofde land!
Ach, zegt een ander, roepen? Wat
valt er te roepen?
Het leven is toch net als het gras,
als een bloem op het veld. Vandaag
is het er. Morgen niet meer.
Wacht, zeg dat niet te hard! Zeker,
het is waar! Maar, al verdort het
gras, al valt de bloem af, het Woord
van onze God houdt eeuwig stand! Op
mensen kun je niet rekenen. Op God
wel! Hij brengt Zijn volk terug!
Vooruit, Sion, klim op een hoge
berg, zodat iedereen je kan horen!
En jij, Jeruzalem, doe je mond maar
open, zeg het maar tegen iedereen
die het horen wil, tegen de dorpen
in Juda: Hier is uw God! Daar komt
Hij; Hij zal orde op zaken stellen,
Hij zal recht doen!
Hij zal als een herder zijn. In Zijn
arm verzamelt Hij de lammeren, de
kleintjes, de zwakken. Hij draagt ze
in de grote plooi van Zijn mantel,
in Zijn schoot.
En de allerkleinsten, die nog
drinken bij hun moeder, die zal Hij
heel voorzichtig verder leiden. Houd
moed, Israel - Uw Herder komt!
Gebed:
Vader, de goede Herder, dat bent U!
Leid Uw volk, leid ook ons, Uw Rijk,
Uw toekomst tegemoet.
